Vattenfall voegt  Nobian’s chloorfabriek in Rotterdam toe aan zijn flexibele capaciteit om het stroomnet beter in balans te houden. Door de samenwerking met Vattenfall kan Nobian inspelen op de toenemende fluctuaties in het stroomaanbod. Dit is nodig door het stijgende aandeel van zonne- en windenergie. Door de samenwerking wordt 40MW aan flexibele capaciteit aan het net toegevoegd. Dit staat gelijk aan een vijfde van de chloorproductie van Nobian in Rotterdam.

Nobian zal de chloorproductie aanpassen als er plotseling meer of minder stroom beschikbaar is. Als er minder stroom beschikbaar is, wordt de chloorproductie automatisch afgeschaald. Het tempo wordt weer opgevoerd als het aanbod dat toelaat. Deze aanpassing gebeurt volautomatisch door real-time ondersteuning van Vattenfall.

Regelvermogen

Door het groeiende aandeel zonne- en windenergie kent het stroomaanbod steeds meer en grotere pieken en dalen. Om dit te balanceren gebruikt netbeheerder TenneT regelvermogen. Dit regelvermogen wordt ingekocht bij verschillende leveranciers, waaronder Vattenfall. Het regelvermogen bestaat uit een verzameling van productielocaties, met name gascentrales, die snel meer, of juist minder, stroom kunnen leveren. De chloorproductie van Nobian wordt hier nu aan toegevoegd.

Verminderen van gebruik fossiele elektriciteitsopwekking

Het huidige aanbod van regelvermogen komt tot nu toe vooral vanuit fossiele elektriciteitscentrales. Door de inzet van de flexibiliteit uit de chloorfabriek is minder fossiele energie nodig om het net te stabiliseren.

Industriële vraagsturing

Erik Suichies, wholesale directeur Vattenfall : ‘Stuurbare productie, zoals in gascentrales, gaat zijn basisrol steeds verder verliezen. De huidige energiecentrales zijn straks niet altijd meer nodig en zullen niet altijd meer draaien. Tegelijkertijd moet het elektriciteitsnet wel 24 uur per dag in balans blijven. We hebben nieuwe flexibiliteit nodig die daarop kan inspringen. Door een grote afnameklant toe te voegen aan onze flexibele asset pool maken we een transitie: we sturen niet langer alleen op productie, maar kunnen vanaf nu ook de vraag nauwkeurig aanpassen.’

Marcel Galjee, directeur Energy & New Business Nobian: ‘Met onze flexibele chloorproductie leveren we een belangrijke bijdrage aan de energietransitie. Waarbij de vraag naar elektriciteit het aanbod van (groene) elektriciteit gaat volgen. De samenwerking met Vattenfall is een volgende stap om de flexibiliteit binnen onze processen te gebruiken om te verduurzamen. Een wens voor de toekomst zou zijn dat we regel- en noodvermogen kunnen aanbieden vanaf dezelfde asset.’

Maarten Abbenhuis, COO TenneT: ‘Het belang van vraagsturing neemt toe doordat elektriciteit steeds meer wordt opgewekt met duurzame, maar weersafhankelijke wind en zon, en minder met niet weersafhankelijke beschikbare energiecentrales. Fluctuatie in de elektriciteitsproductie kan gedeeltelijk worden opgevangen met flexibele afname. Juist industriële grootverbruikers kunnen een substantiële bijdrage leveren aan deze flexibiliteit. Zeker als door elektrificatie het elektriciteitsverbruik voor industriële processen verder toeneemt. Met voldoende flexibiliteit kunnen kostbare maatregelen als import of – toch – regelbare centrales worden beperkt. In Nederland is het potentieel van industriële vraagsturing rond de 3.4 GW. De huidige inzet ligt tussen de 700 en 1900 MW. De mogelijke capaciteit van flexibel elektriciteitsgebruik door de industrie is veelbelovend.’

Vattenfall en BASF hebben overeenstemming bereikt over de verkoop van 49,5 procent van het offshore windpark Hollandse Kust Zuid voor een bedrag van 0,3 miljard euro. Inclusief de bijdrage aan de bouw, zal de totale investering van BASF uiteindelijk 1,6 miljard euro bedragen. Afronding van de transactie wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2021 en is afhankelijk van de goedkeuring door de relevante autoriteiten.

De bouw van windpark Hollandse Kust Zuid start in juli 2021 en zal naar verwachting in 2023 volledig operationeel zijn. Het is dan het grootste offshore windpark ter wereld met 140 windturbines en een totaal geïnstalleerd vermogen van 1,5 Gigawatt. Hollandse Kust Zuid wordt het eerste volledig commerciële offshore windpark ter wereld dat geen enkele subsidie ontvangt voor de geproduceerde stroom.

Vattenfall zal zijn aandeel van de productie onder andere gebruiken om zijn klanten in Nederland van fossielvrije elektriciteit te voorzien. BASF zal zijn deel van de elektriciteit gebruiken om de chemische productie op locaties in heel Europa te ondersteunen.

PPA

BASF verwerft de elektriciteit van het windpark voor zijn eigendomsaandeel via een power purchase agreement. Het stelt BASF in staat om innovatieve en emissiearme technologieën toe te passen op verschillende van zijn productielocaties in Europa. De Verbund-productielocatie van BASF in Antwerpen gaat het meest profiteren van de duurzame energie. De Antwerpse locatie is de grootste chemische productielocatie in België en de op één na grootste BASF productielocatie ter wereld.

Levering aan andere Europese BASF-locaties is afhankelijk van de ontwikkeling van regelgeving voor duurzame energie. Met het windpark wordt ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het behalen van de Nederlandse doelstellingen op het gebied van de opwekking van duurzame energie en vermindering van broeikasgassen. BASF heeft in Nederland ruim 1.500 mensen in dienst, die op verschillende locaties producten voor tal van sectoren ontwikkelen, produceren en verkopen.

Transformatie

Martin Brudermüller, voorzitter van de raad van bestuur van BASF SE: ‘Dit windpark is een belangrijke bouwsteen om onze locatie Antwerp Verbund en andere Europese locaties van hernieuwbare elektriciteit te voorzien. Het is de eerste grote investering van BASF in installaties voor hernieuwbare energie. Door deze investering waarborgen we aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor BASF, wat een belangrijk element is van onze transformatie naar klimaatneutraliteit.’

Anna Borg, president en CEO van Vattenfall: ‘Vattenfall en BASF delen de doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen binnen onze bedrijfsvoering af te bouwen. Met deze samenwerking bewijst Vattenfall eens te meer dat overeenkomsten met industriële partners een sleutelrol spelen bij het versnellen van de Europese energietransitie in de verschillende sectoren. Ik ben er bijzonder trots op dat we tegelijkertijd óók de levering van fossielvrije elektriciteit aan onze Nederlandse klanten kunnen veiligstellen.’

De staalindustrie staat bekend om zijn forse CO2-emissies. Staalproducent SSAB, mijnbouwbedrijf LKAB en energiebedrijf Vattenfall willen cokeskolen vervangen door fossielvrije elektriciteit en waterstof. Tata Steel gooit het over een andere boeg en is van plan koolmonoxide naar DOW te transporteren. Die gebruikt het gas als grondstof voor zijn processen. Tijdens de European Industry & Energy Summit zullen Vattenfall, Tata Steel en Dow de duurzame samenwerkingen toelichten tijdens een break out op 11 december (Kromhouthal, Amsterdam).

De staalindustrie is een van de sectoren met de hoogste CO2-uitstoot, goed voor zeven procent van de CO2-uitstoot wereldwijd. Een groeiende wereldbevolking en een toenemende verstedelijking zullen naar verwachting leiden tot een stijging van de wereldwijde vraag naar staal. Tegen 2050 zal het gebruik van staal naar verwachting 1,5 keer zo groot zijn als nu. Zelfs als het niveau van gerecycled schroot zal stijgen, zal het niet voldoende zijn om aan de totale wereldwijde vraag te voldoen.

Daarom startten SSAB, LKAB en Vattenfall met HYBRIT, wat staat voor Hydrogen Breakthrough Ironmaking Technology. De drie eigenaren van HYBRIT besloten samen met het Zweedse Energieagentschap om ongeveer 1,4 miljard Zweedse kronen (133 miljoen euro) te investeren in een proefproject. In Luleå is begonnen met de bouw van een faciliteit en binnenkort zal in Malmberget een testinstallatie voor pellets worden gebouwd.

Waterstofopslag

Het HYBRIT-initiatief begon in 2016 en heeft het potentieel om de totale CO2-uitstoot van Zweden met tien procent te verminderen. Het plan is om de nieuwe waterstofgasopslag 25-35 meter onder de grond te bouwen op het terrein van LKAB in Svartöberget, in de buurt van de proeffabriek die momenteel wordt gebouwd op het terrein van SSAB in Luleå. De opslagfaciliteit zal naar verwachting van 2022 tot 2024 operationeel zijn.

Koolmonoxide

Dow Benelux en Tata Steel Nederland gooien het over een andere boeg. De bedrijven onderzoeken de bouw van een circulaire fabriek in IJmuiden. De installatie moet koolmonoxide uit rookgassen omzetten in chemische bouwstenen. Met het project zou een investeringsbedrag gemoeid gaan van één miljard euro. De fabriek kan de CO₂-uitstoot met vier tot vijf miljoen ton per jaar verminderen.

Het project kan zodoende een enorme stap betekenen binnen het Klimaatakkoord. De potentiele CO2-reductie van vier tot vijf miljoen ton per jaar is maar liefst een kwart van het totaal dat de energie-intensieve industrie voor 2030 moet reduceren.

De fabriek moet gebouwd worden tussen 2025 en 2027. De bouw hangt onder meer af van het succes van twee proefprojecten. En ook de bereidheid van de Nederlandse overheid om mee te financieren kan belangrijk zijn. Om de rendabele top eraf te halen.

Hoewel Vattenfall al sinds 2009 eigenaar is van Nuon, besloot het energiebedrijf pas recent om nog alleen de Zweedse naam te voeren. Bij deze keuze speelt mee dat de missie van het moederbedrijf: een fossielvrij leven binnen één generatie, in alle landen vorm krijgt. CEO Magnus Hall ziet daarvoor elektrificatie als één van de belangrijkste mogelijkheden. Tijdens de European Industry & Energy Summit zal hij de weg daarnaartoe toelichten. De industrie speelt in ieder geval een belangrijke rol hierin.

Steeds meer verschoof de koers van Vattenfall richting duurzame, hernieuwbare bronnen, waar windenergie een groeiend deel van uitmaakt. Bruin- en steenkoolcentrales pasten niet meer in deze lijn en langzaamaan neemt de energiereus afscheid van zijn fossiele centrales. Met als laatste wapenfeit de sluiting van de Amsterdamse Hemwegcentrale.

Hall ziet het als de laatste hobbels naar een volledig fossielvrije energievoorziening. ‘In Zweden was de energiebranche al fossielvrij en richt decarbonisatie zich op het transport en de industrie. In andere landen waar we actief zijn, draaien echter nog fossiele centrales. De centrales die we nog bedrijven, zijn wel de meest efficiënte in hun soort. Centrales als de Duitse 1,7 gigawatt Moorburg warmtekrachtcentrale, zullen nog hard nodig zijn om de energietransitie te ondersteunen. Maar zelfs die zal op den duur plaats moeten maken voor echt duurzame assets. Dat is naast waterkracht in onze ogen met name on- en offshore wind.

Elektrificatie

Waar die duurzame elektriciteit terecht moet komen, is voor Hall ook helder. ‘Elektrificatie van de transportsector is misschien nog wel de meest eenvoudige stap. Die elektrische weg geldt zeker ook voor de industrie, alhoewel de duurzame elektriciteit hier ook kan worden ingezet voor de splitsing van water. Hall: ‘We investeren momenteel al in electrolyzers. De combinatie met industriële gebruikers versterkt de businesscase voor waterstof. Bijvoorbeeld met de chemie, die ook op zoek is naar alternatieven voor fossiele koolwaterstoffen. De combinatie van afgevangen kooldioxide met waterstof biedt kansen voor tal van waardevolle producten.’

Vattenfall is inmiddels de uitdaging al aangegaan om staalproductie fossielvrij te maken. Hall: ‘Samen met staalproducent SSAB en mijnbouwer LKAB onderzoeken we in het Hybrit-project of we waterstof in kunnen zetten als vervanging voor cokes en kolen in de hoogovens. Normaal gesproken stookt men cokes en steenkool tot hoge temperaturen om het ijzererts te smelten. Dit is ook mogelijk door ijzerertspellets direct te reduceren met waterstof.

Cement

De cementindustrie heeft eenzelfde twijfelachtige reputatie als CO2-emissiekampioen. Vattenfall werkt samen met Cementproducent Cementa om de productie van cementklinker te elektrificeren. Hall: ‘Elektrificatie van de cementproductie via plasmatechnologie is mogelijk. De productiesite van Cementa zou zelfs direct kunnen worden gekoppeld aan de uitbreiding van een windpark in de buurt van de fabriek. We zorgen er dus voor dat er geen fossiele brandstoffen hoeven worden gebruikt voor verwarming van de grondstoffen. Er komt nog steeds CO2 vrij tijdens het proces, maar dit kan redelijk eenvoudig worden afgevangen.’

Alianties

De rol die Vattenfall speelt in deze ontwikkelingen ligt volgen Hall niet vast. ‘De energietransitie is zo complex dat er nieuwe allianties nodig zijn om echt slagen te kunnen maken. De ene keer zijn wij leidend in een project, maar een andere keer zijn we een kleiner onderdeel van de keten. We sluiten steeds meer zogenaamde power purchase agreements (ppa, red.) af met industriële gebruikers. Daarmee koppelen we de productie van een windpark direct aan het elektriciteitsverbruik van partijen als bijvoorbeeld Microsoft.’

Geen belasting

Het is voor Hall ook duidelijk wat Vattenfall en zijn partners nodig hebben van de overheid: voortzetting van het Europese Emissions Trading System (EU ETS, red.). ‘Het mooie van het Europese ETS is dat het geen technologie voorschrijft’, zegt Hall. ‘Door technologieën te stimuleren of uit te sluiten, verstoor je de marktwerking. Het beste is natuurlijk om wereldwijd een eerlijke prijs af te dwingen voor CO2-emissies. Maar als we de Europese ETS al op een niveau krijgen dat duurzame energie concurreert met fossiele varianten, kan de markt zijn werk doen.

De Nederlandse wens om de energietransitie te versnellen is bewonderenswaardig. Maar qua CO2-beprijzing dreigt Nederland uit de pas te lopen met de rest van de EU. Het is beter om dit gezamenlijk aan te pakken, zodat ecologie en economie in balans blijven.’

Dit artikel is een beknopte versie van het artikel dat in Utilities 8 verschijnt.

European Industry & Energy Summit 2019

Magnus Hall verzorgt een van de keynotes tijdens de European Industry & Energy Summit op 10 en 11 december in de Kromhouthal in Amsterdam. De Europese procesindustrie en energiesector kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energitransitie. Partners TNO, FME en Industrielinqs willen dit laten zien tijdens European Industry & Energy Summit (EIES) 2019. Meer informatie.