Er gaan miljoenen euro’s naar overheidstoezicht op bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Maar of de industrie daar nou echt veiliger van wordt, is niet bekend. Het aantal overtredingen en incidenten blijft constant. Dat blijkt uit het proefschrift van Rob in ’t Veld (75). Hij promoveert 30 mei aan de Universiteit Leiden.

In Nederland moeten ongeveer vierhonderd bedrijven voldoen aan veiligheidsmaatregelen die zijn vastgelegd in het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo). Uit rapportages van de overheidstoezichthouders blijkt dat gemiddeld bij zestig procent van de Brzo-bedrijven elk jaar weer overtredingen van de wet- en regelgeving worden geconstateerd. ‘En dat cijfer wordt niet beter’, stelt In ’t Veld.

Niks veranderd

De promovendus analyseerde rapporten van toezichthouders (van 2010 tot en met 2021) en interviewde medewerkers van deze diensten. Zijn opvallendste conclusie is dat niemand weet wat het toezicht nou eigenlijk oplevert. ‘Men rapporteert keurig elk jaar hoeveel inspecties zijn uitgevoerd, hoeveel overtredingen er zijn geweest en hoe vaak er is gehandhaafd. Het probleem is dat er een jaar later weer overtredingen worden gevonden en het jaar daarna opnieuw. Ieder jaar ziet het beeld er hetzelfde uit. Uit onderzoek blijkt ook dat hier sinds jaar en dag dezelfde oorzaken achter liggen. Mijn voorspelling is dat de toezichthouders nog twintig jaar zo door kunnen gaan, maar dan is er nog niks veranderd.’

Ontwrichtend

Volgens In ’t Veld moet de overheid veel meer onderzoeken wat er met beleid, toezicht en handhaving wordt bereikt. Zo krijgt de overheid veel meer inzicht in welke maatregelen helpen om de industrie veiliger te maken. En dat is belangrijk, zo benadrukt de promovendus. ‘Er zijn niet vaak grote incidenten bij Brzo-bedrijven, maar als er iets misgaat, kunnen de gevolgen maatschappij-ontwrichtend zijn.’

Pensioen

De 75 jaar oude Rob in ’t Veld neemt als buitenpromovendus deel aan het programma van Leiden University Dual PhD Centre The Hague. Voor zijn pensioen hield In ’t Veld zich in diverse functies bij een aantal organisaties bezig met het thema veiligheid, met de nadruk op arbeidsomstandigheden. Hij werkte onder meer bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als hoofdinspecteur, strategiemanager en directeur van de directie Major Hazard Control. Na zijn pensioen zaten hem nog een aantal zaken hoog, zoals de versnippering van het toezicht en de inefficiëntie. Daarom, en omdat het hem erg leuk leek, besloot hij te promoveren.

Tata Steel zit in een roerige tijd waarin het een duurzame koers inzet terwijl corona ook nog niet verdwenen is. Plantmanager Lisette Sierevogel verdeelt haar aandacht dan ook over kwaliteitverbeterende en overlastverminderende projecten en de dagelijkse aansturing van zeshonderd mensen. ‘Ik heb de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Dat vraagt om extra aandacht voor de werkvloer, maar brengt ook nieuwe perspectieven met zich mee.’

Je kunt zomaar 24 jaar bij Tata Steel werken en toch nooit te lang op dezelfde plek zitten. Tenminste, als je het carrièrepad van Lisette Sierevogel volgt. Want waar ze drie jaar geleden nog de hele wereld over reisde om klanten te ondersteunen bij hun kwaliteitsproblemen, is ze inmiddels al weer twee jaar plantmanager van de koudbandwalserij. Of om in Tata Steel-termen te blijven: bedrijfschef.

Die laatste stap was misschien wel de meest uitdagende stap in haar carrière,met name omdat corona ongeveer gelijktijdig de intrede deed. ‘En dan sta je in een fabriek die vijftig jaar oud is te regelen dat mensen niet te dicht op elkaar werken’, zegt Sierevogel. ‘Dat is in sommige bedieningshuizen best lastig voor elkaar te krijgen. En dus werkten we met mondmaskers, schermen en reinigingsprotocollen. Bovendien zorgt zo’n virus ook nog eens voor extra spanning. Bijvoorbeeld tussen het kantoor en de werkvloer. Als Rutte zegt dat iedereen zoveel mogelijk thuis moet blijven, is dat natuurlijk niet voor iedereen een optie. Onze operators en maintenance-ploegen blijven gewoon fysiek aanwezig, waarbij ze uiteraard hun werkplek veilig inrichten. Wij als management kunnen misschien wel gemakkelijker ons werk vanuit thuis doen, maar juist om de spanning weg te halen kozen we er toch voor zoveel mogelijk aanwezig te zijn. Je wil uiteindelijk toch kunnen zien en voelen hoe iedereen met de nieuwe situatie omgaat en waar mogelijk onzekerheden wegnemen. Het laatste wat je wil, is dat je de fabriek vanuit je ivoren torentje probeert te managen.’

Kwaliteit

De koudbandwalserij staat aan het eind van de lange keten van ijzererts tot hoogwaardige staalplaten voor met name de automobielindustrie. Sierevogel zag het resultaat van haar huidige werk zeven jaar lang bij de wereldwijde klanten van Tata Steel. ‘Stond je bij een automobielfabrikant te kijken naar een partij afgekeurde achterkanten waarbij je wel heel goed in het juiste licht moest kijken wat er nu precies mis mee was. In het hoge segment waarvoor onze klanten auto’s produceren, moet je zeer kritisch zijn op kwaliteit en dus ook op de cosmetische aspecten. Om gewicht te besparen, willen fabrikanten bovendien steeds dunnere lagen lak aanbrengen. Daardoor zie je oneffenheden in het staal nog sneller.’

Lisette Sierevogel (Tata Steel): ‘Het laatste wat je wil, is dat je de fabriek vanuit je ivoren torentje probeert te managen.’

Dat betekent dat je in de productie nauwelijks fouten kunt veroorloven. ‘Die kwaliteit kunnen we alleen halen door een samenspel van het juiste recept bij de staalproductie en de behandeling daarna. Het walsen heeft dan ook wel degelijk invloed op het eindresultaat en is met name te sturen via de krachtverdeling over de vijf walsen. Het grootste risico dat we in het proces lopen, is dat de kop van een plaat tegen een wals aanstoot, waardoor deze een afdruk achterlaat in de wals. Op zich is dit probleem bekend bij zogenaamde batch-walsen. Maar we denken het wel te kunnen voorkomen door de vijftig jaar oude wals om te bouwen naar een continu-wals. Daarvoor bouwen we binnenkort een installatie die de platen aan elkaar last, zodat de walsen één continue plaat krijgen aangeboden. Aan het einde van het proces moeten we de plaat uiteraard ook weer in stukken knippen. Helaas heeft corona het project vertraagd, maar dit zal zeker het risico op afkeur een stuk verlagen en de klant­tevredenheid verhogen.’

Dertien fabrieken

De rol van de plantmanager van de koudbandwalserij verschuift voortdurend van projecten naar de dagelijkse uitdagingen in de productie. ‘Hoewel we spreken over één koudbandwalserij, is het eigenlijk een samenspel tussen dertien soorten fabrieken en fabriekjes’, zegt Sierevogel. ‘We rollen de twee tot drie millimeter dikke platen die we krijgen van de warmbandwalserij naar diktes van minimaal twee millimeter, maar ook ver daaronder. De dikkere platen hoeven verder weinig behandeling. Die worden bijvoorbeeld ingezet als rijplaten voor de bouwsector. De andere producten, die op meer zichtbare plekken komen, worden eerste gebeitst in een zuurbad dat het buitenste oxidelaagje eraf haalt. De platen krijgen daarna een olielaagje om verdere oxidatie te voorkomen. De koudwalsen zorgen vervolgens ervoor dat het staal nog dunner wordt. Die dikte kan behoorlijk verschillen, naar gelang de klantvraag. De dikkere platen eindigen bijvoorbeeld aan de onderkant van een auto, terwijl de autofabrikanten voor hun carrosserie steeds dunnere platen verlangen. Hoe lager het gewicht, hoe lager namelijk het energieverbruik. Voor de noodzakelijke volgende stap, moeten we de beitsbaan aanpassen. Om nog dunner staal te kunnen maken, moet het namelijk zo sterk zijn dat het breken van het oxide steeds lastiger wordt. We hebben dan krachtigere apparatuur nodig die dit aankan.’

Ook de nabehandeling hangt af van de klant waar het staal naar toe gaat. ‘De platen onder de één millimeter krijgen nog een zinkbehandeling, terwijl we ook staal voor de witgoedsector maken dat eerst nog naar de gloeierij gaat. En dan willen we het staal ook nog netjes verpakken, zodat we zeker weten dat het in dezelfde staat bij de klant aankomt.’

Mensenwerk

Met een dergelijk aantal fabrieken en ook nog een volcontinu proces dat via een vijfploegendienst wordt bemand, is het niet gek dat er zo’n zeshonderd mensen op de loonlijst staan. Sierevogel: ‘Gelukkig hoef ik die niet allemaal alleen aan te sturen. Tata Steel werkt bedrijfsbreed met een triostructuur waarin productie, maintenance en technologie op gelijke voet staan. De chef van de wacht stuurt operators en de storingsdienst aan, terwijl de dag- en kantoordienstorganisatie de onderhoudsafdeling aanstuurt. Uiteraard krijg ik de kritische KPI’s via het dashboard te zien en sturen we zwaar op kwaliteit, beschikbaarheid en veiligheid. Maar niet alles is in cijfers uit te drukken. Bovendien hebben we zeer ervaren medewerkers die heel goed weten wat ze doen. Ik probeer de verantwoordelijkheden dan ook zo laag mogelijk, liefst op de werkvloer, neer te leggen.’ Dat wil niet zeggen dat dat altijd vanzelf gaat. Sierevogel: ‘Zeker waar je werkt met meerdere teams in ploegendienst ontstaat nog wel eens een sfeer waarin de ene ploeg de andere ervan beschuldigt de problemen door te schuiven naar de volgende shift. We proberen nu in de hoofden te krijgen dat het installatiebelang boven het individuele belang gaat. Wat de een sloopt, kan de ander misschien wel oplossen. Maar dat betekent wel dat je daar open over moet communiceren en elkaar het vertrouwen geven dat je het beste doet voor de machine. Competitiedrang kan in sommige gevallen het beste bij mensen naar boven halen, maar niet als het gezamenlijke belang, de machine, daar onder lijdt.’

Die open dialoog wil Sierevogel ook graag rondom veiligheidsissues voeren. ‘Mensen moeten zich veilig voelen in het werk dat ze doen. Vroeger was dat heel tastbaar en fysiek. Maar veiligheid gaat veel verder. We hebben een gemêleerde groep met verschillende etnische achtergronden, religies, genders en levenswijzen. Iedereen moet zich veilig genoeg voelen zichzelf te zijn en ook de ander respecteren. Tegelijkertijd moeten mensen zich gesteund voelen door het management als er iets mis gaat. Als iemand een stalen rol laat vallen, kan dat grote gevolgen hebben, maar zo’n incident is niet meer terug te draaien. Veel mensen hebben er de grootste moeite mee om toe te geven dat ze een fout hebben gemaakt, terwijl dit nu eenmaal menselijk is. Bij dit soort incidenten is het vooral zaak te achterhalen wat er aan vooraf ging. Is er tijdsdruk, passen de procedures nog wel bij de huidige omstandigheden? Five why is wat dat aangaat een mooie tool om tot de kern van incidenten te komen.’

Tata Steel

Sierevogel: ‘Iedereen moet zich veilig genoeg voelen zichzelf te zijn en ook de ander respecteren.’

Vergrijzing

Het meest zorgen maakt Sierevogel zich nog om de braindrain die ook bij haar fabriek voor de deur staat. ‘Een traditie is dat iemand die veertig jaar in dienst is een taartje eet met de bedrijfschef. We hebben inmiddels al heel wat taartjes gegeten en al die kostbare kennis rent straks de deur uit. De generatie die deze mensen vervangt, kijkt bovendien heel anders naar een loopbaan. Die gaan niet voor veertig jaar bij dezelfde werkgever. We hebben dan ook een systeem nodig om al die kennis te borgen en tegelijkertijd het werk aantrekkelijk te houden voor de werknemer van de toekomst.’

Wat ook niet zal helpen bij het aantrekken van nieuw personeel is de negatieve aandacht die Tata Steel het afgelopen jaar kreeg. ‘Het beeld dat de pers schetste van Tata Steel zorgde hier op de werkvloer ook voor onrust’, blikt Sierevogel terug. ‘Het heeft zeker invloed gehad op de bedrijfsvoering. We hebben al heel wat projecten opgestart om geurhinder en de uitstoot van stof en andere emissies te beperken. In de 24 jaar dat ik hier werk heb ik de focus zien verschuiven van volume naar kwaliteit en nu ligt er een grotere nadruk op de omgeving. Onze fabriek gaat ook mee in die transitie en dat brengt nieuwe perspectieven met zich mee. Die nieuwe focus zorgt er namelijk ook voor dat we aantrekkelijker worden voor maatschappelijk geëngageerde werknemers. Hoewel de grootste verschillen te merken zullen zijn in de hoogovens, dragen wij ook ons steentje bij. Zo wist een van onze medewerkers die afstudeerde voor een hbo-studie een plan te maken om de geuroverlast te verminderen via operationele waarschuwingen en ingrepen. Door bijvoorbeeld langzamer te beitsen, is al heel veel geurhinder te vermijden. We bouwen binnenkort een nieuwe dampwasser om de hinder echt een halt toe te roepen, maar je merkt wel dat beperkingen ook de creativiteit aanwakkeren.’

De plantmanager

In deze rubriek ‘De plantmanager’ laten wij elke keer een andere plantmanager aan het woord over het werk, visie en bedrijf. Hoe lukt het plantmanagers om succesvol te zijn en kunnen ze anderen daarin inspireren?Kent u interessante plantmanagers? Mail dan naar redactie@industrielinqs.nl

(branded content)

De oudste fabriek op de site van Sabic in Bergen op Zoom is de Noryl-plant. In november bestaat deze vijftig jaar. Hoewel er ook economisch mindere tijden zijn geweest, draait de fabriek nu juist volop. De energie in het team is goed, mede dankzij het sturen op kwaliteit, stelt plantmanager Erik de Kock.

‘Wat is het verschil in kwaliteit tussen een Ferrari en een Mercedes?’ Erik de Kock, senior plantmanager Noryl bij Sabic, geeft vrijwel meteen het antwoord. ‘Het zijn beide uitstekende auto’s, maar terwijl Mercedes bij de eindcontrole diverse punten nakijkt, controleert de Ferrari-fabriek een veelvoud daarvan. Kwaliteit is in de Mercedes-fabriek superbelangrijk, maar bij Ferrari nog net iets meer.’ Zo is het ook met de Noryl-fabriek van Sabic in Bergen op Zoom. De Kock: ‘Als specialties business vragen we van onze mensen en installaties op het gebied van kwaliteit het hoogste.’

Vergunningen

De Noryl-fabriek op de site van Sabic in Bergen op Zoom bestaat in november vijftig jaar.

Een paar jaar geleden zakte de vraag naar Noryl in waardoor de fabriek minder produceerde. De Kock: ‘De business liep terug en het productievolume was niet wat zo’n unit nodig heeft om gezond te kunnen produceren. De PPE-fabriek op de site, leverancier van onze basisgrondstof voor Noryl, werd gesloten en een fabriek van Sabic in Amerika nam het leveren van de grondstof over.’

De markt veerde echter weer op. De elektrische auto nam een grote vlucht, met daarin diverse onderdelen gemaakt van Noryl-producten. ‘Je vindt onze kunststof bijvoorbeeld in de accupakketten van auto’s. Maar ook voor de 5G-markt leveren we Noryl, evenals voor watermanagement. De business groeit nu juist hard.’

De PPE-fabriek wordt daarom opnieuw leven in geblazen. ‘Naar verwachting is de fabriek volgend jaar juni weer in de lucht. En dat is gunstig voor de Noryl-fabriek, want het geeft ons extra mogelijkheden.’

Optimaal functioneren

Het resultaat van de sterke nadruk op kwaliteit is dat klanten zeer tevreden zijn over de hun geleverde Noryl. De Kock: ‘We wilden dat alles optimaal ging functioneren en hebben flink geïnvesteerd in cultuur en reliability. We hebben JOA Air Solutions ingeschakeld om de luchtbehandeling in de Noryl-plant opnieuw in te richten.’

Doordat het afzuigsysteem rond de extruder goed werkt, zit er minder stof in het eindproduct en is er minder afkeur.

JOA ontwerpt en implementeert op maat gemaakte filtratie systemen voor stof, damp en geur. Door middel van in eigen huis ontwikkelde software kan het bedrijf luchtstromen in kaart brengen en zo de resultaten van nieuwe of vernieuwde systemen voorspellen. De Kock: ‘JOA heeft het afzuigsysteem rond de extruder opnieuw ontworpen. Dat was maatwerk. Doordat dit nu goed is, hebben we minder stof in het eindproduct, dus minder afkeur en minder klachten. Dit helpt zeker mee bij de totale reliability van de machinerie.’

Cees van Meel, operations maintenance gatekeeper bij Sabic in Bergen op Zoom: ‘De berekeningen van JOA bleken in de praktijk precies te kloppen. De Kock vult aan: ‘Nu is bewezen dat het design werkt, geeft mij dat een heel veilig en goed gevoel.’

De veiligheid van de fabriek heeft voor De Kock de grootste prioriteit. ‘Natuurlijk bescherm ik m’n assets, zodat we snel weer kunnen produceren, maar de mensen die hier rondlopen zijn voor mij van het grootste belang. Daarom haal ik professionals binnen, allereerst om m’n mensen te beschermen. Kwaliteit is namelijk in elk vakgebied belangrijk.’

JOA Air Solutions ontwerpt en bouwt betrouwbare en op maat gemaakte extractie-systemen voor stof, damp en geur. Dankzij in-house ontwikkelde, luchttechnische modeleringssoftware kan het bedrijf vooraf luchtstromen in kaart brengen. Dit zorgt voor gezonde, veilige en energiezuinige productieprocessen. JOA ontwerpt en bouwt voornamelijk voor de food, farmaceutische en chemische industrie wereldwijd. Voor meer informatie, kijk op www.joaairsolutions.com

(branded content)

 

Tijdens een turnaround staat veiligheid steeds centraal, ook al levert dat soms inefficiënte situaties op. Zo is de afgifte van permits regelmatig op grote afstand van de klus geregeld om de veiligheid van medewerkers te waarborgen. ‘Niet nodig’, stelt Mustafa Erkoylu van Hunter Buildings.

 

Na een aantal heftige explosies op raffinaderijen in de Verenigde Staten vroeg een petrochemisch bedrijf aan Hunter Buildings om explosiebestendige ruimtes te ontwikkelen. Zo is dit bedrijf bijna 25 jaar geleden ontstaan. Inmiddels is het in de VS op elke site de norm om tijdens een turnaround blast resistant modules te gebruiken. En veel internationale bedrijven hebben de daar geldende norm overgenomen in Europa.  




Ook gekoppeld kunnen de modules veilig binnen de blast zone van een raffinaderij staan.’ 

 

Mustafa Erkoylu
Hunter Buildings

Afgeven van permits  

Toch zijn er nog bedrijven die er geen gebruik van maken. En dat is een gemiste kans volgens Mustafa Erkoylu, Regional Sales & Marketing Manager Europe bij Hunter Buildings. ‘Het is voor hen gebruikelijk op veilige afstand van de fabriek een standaard containerpark voor de tijdelijke activiteiten te creëren. Prima natuurlijk, maar daardoor krijg je veel onnodige bewegingen en dus ook tijdverlies en overbodige kosten. Neem het afgeven van permits. Dit kan ook veilig in een blast resistant module vlak bij de installaties waaraan wordt gewerkt. Dat is efficiënter en dus kostenbesparend.’ 

Ook voor planning en operations is het handiger om dicht op de werkzaamheden te zitten. ‘Dat kan prima in een of meerdere modules, want door ze aan elkaar te koppelen, kunnen we grotere ruimtes creëren die nog steeds aan de veiligheidsvoorschriften voldoen. Ook gekoppeld kunnen de modules dus binnen de blast zone van een raffinaderij staan.’ 

Grote vloot 

Het bedrijf heeft een grote vloot in Europa en kan daardoor bij pieken in turnaround-periodes altijd schakelen. Erkoylu: ‘Meerdere klanten met meerdere projecten, is voor ons geen probleem. Bij één klant hebben we zelfs eens het grootste project ooit verwezenlijkt, 79 modules, terwijl we ook al onze andere klanten van units konden voorzien.’  

De modules zijn altijd twintig voet: drie bij zes meter, en drie meter hoog. Daardoor kunnen ze in Europa vrij over de weg bewegen, zonder politie-escorte. Ook slim in het ontwerp is dat ze efficiënt zijn gebouwd voor het laden en lossen. ‘Ze zijn natuurlijk wel zwaar – een unit weegt tussen de acht en elf ton – maar we kunnen ze met een zestien ton vorklift oppakken en neerzetten.’ 

Overigens bouwt het bedrijf ook andere blast resistant gerelateerde behuizingen. Tenten bijvoorbeeld, die vaak als kantine of kleedruimte worden gebruikt. ‘Deze kunnen – mits een analyse dat toestaat – zelfs veilig in de blast zone van een installatie worden neergezet. Ze beschermen tegen de schokgolf van een explosie. Om een idee te geven; voor een klant in het Verenigd Koninkrijk hebben we onlangs een tent gebouwd waar 1.500 man in past. Maar je kunt ook aan een iets kleinere tent denken, die één bedrijf telkens inzet bij turnarounds op zijn diverse sites.’ 


‘We kunnen de units met een zestien ton vorklift oppakken en neerzetten.’

 

Mustafa Erkoylu
Hunter Buildings

Hunter Buildings heeft in Europa ruim twintig jaar ervaring met de verhuur van blast resistant modules. Daardoor weet het bedrijf precies hoe het zijn units moet mobiliseren en installeren, welke certificering er nodig is en welke eisen er per land gelden. Dankzij een grote Europese vloot en vestigingen in Rotterdam en Schoonebeek kan Hunter Buildings flexibel reageren op elke vraag.

Meer weten? Neem contact op met Mustafa Erkoylu – 06 2155 7766 – merkoylu@hunterbuildingsintl.com 

De Onderzoeksraad voor Veiligheid breidt het lopende onderzoek naar de veiligheid van omwonenden van industriële complexen uit naar Nijmegen en Dordrecht. In deze regio’s zijn er bij bewoners zorgen over de uitstoot van Asfalt Productie Nijmegen en Chemours (en voorheen DuPont de Nemours) in Dordrecht. Met de uitbreiding van het onderzoek kunnen bredere lessen geleerd worden die ook toepasbaar zijn op andere regio’s.

De Raad startte in april 2021 een onderzoek naar de wijze waarop de veiligheid van burgers in Nederland wordt beschermd tegen de risico’s van soms jarenlange schadelijke industriële uitstoot en lozingen. Onderdeel van het onderzoek is in hoeverre rekening wordt gehouden met gezondheidseffecten voor omwonenden bij het toestaan en controleren van langdurige industriële uitstoot. De impact van Tata Steel op de omgeving van IJmuiden was de concrete aanleiding van het onderzoek. De Raad kondigde toen ook aan mogelijk andere industriële complexen in Nederland mee te nemen in het onderzoek, waar dezelfde problematiek speelt.

De bedrijfsbrandweercorpsen van verschillende industriële sites werken samen in het Platform Industriële Incidentenbestrijding (PII). Hierdoor kunnen ze kennis uitwisselen en samen in actie komen bij grotere incidenten. Dat laatste gebeurde afgelopen zomer voor het eerst. Naast de extreme hoeveelheid regen dreigde er in juli een dijkdoorbraak in het Julianakanaal. Chemelot haalt hier zijn proces- en koelwater vandaan. Bij een te grote daling van het waterpeil zouden de fabrieken op Chemelot niet meer over voldoende water beschikken en moeten afschakelen.

Om dit te voorkomen rukten Gezamenlijke Brandweer Rotterdam, Shell en Dow met grootwater-transportsystemen en grootvermogen-bluswaterpompen uit naar Chemelot. Het plan was om een slangenverbinding te leggen tussen de Maas en het waterinnamepunt van de Chemelot-site. Uiteindelijk hoefde de brandweer geen water naar de site te pompen. ‘Op het ogenblik dat de eenheden begonnen met het uitrollen van de slangen kwam het bericht van de Veiligheidsregio Zuid Limburg dat de dijk stabiel genoeg werd bevonden en dat geëvacueerde bewoners weer naar huis mochten’, zegt Rob Smeets, secretaris PII en Performance Engineer Risicobeheersing & Incidentbestrijding bij Sitech. ‘Toen wisten wij dat de situatie stabiel genoeg was. Drie jaar geleden was het ons niet gelukt om in dit tijdsbestek, met deze omvang en opschaling voor elkaar klaar te staan bij zo’n incident.’

Het PII is al in 2013 opgericht zodat de verschillende bedrijfsbrandweerkorpsen (Dow Terneuzen, Shell Moerdijk, Gezamenlijke Brandweer Rotterdam en Sitech Services Geleen) elkaars achtervang konden zijn als er groot materiaal in onderhoud is. Het grote blussysteem voor de bestrijding van incidenten in de industrie is namelijk zo uitgebreid dat elk cluster er maar één van heeft. Maar na 2013 kwam de samenwerking door praktische redenen een beetje stil te liggen. Totdat de clusters elkaar in 2017 weer opzochten.

Uitwisselen ervaringen

‘Wat is de nut en noodzaak van PII, vroegen we elkaar’, vertelt Arie Kleijwegt, voorzitter PII en afdelingshoofd preparatie en ondersteuning ledenbedrijven bij Gezamenlijke Brandweer Rotterdam. ‘Gaan we door of stoppen we ermee? In dat gesprek kwamen we erachter dat nut en noodzaak nog honderd procent aanwezig zijn. Niet alleen voor de initiële doelstelling van redundantie, maar ook voor het uitwisselen van ervaringen, het hebben van een gezamenlijk standpunt in dossiers en om elkaar te vinden als de nood aan de man is. Toen hebben we nieuw leven in het PII geblazen.’

Voorbeelden

Het uitwisselen van ervaringen van incidenten of bijna-incidenten vindt Kleijwegt zelf het meest waardevol. ‘In de industrie gebeuren gelukkig niet zo veel incidenten, maar daardoor is het lerend vermogen ook klein. Als er nu bij een andere bedrijfsbrandweer iets gebeurt, kunnen we er allemaal van leren.’

Het tweede waardevolle punt voor hem is dat de korpsen samen een standpunt kunnen vormen, in voor de bedrijfsbrandweer relevante dossiers, en zo sterker staan. Een voorbeeld daarvan is de discussie rondom het schuim waarmee in de industrie vaak wordt geblust. ‘Dit schuim is niet goed voor het milieu (er zit PFAS in, red.). Er is regelgeving in de maak om het te verbieden, wat betekent dat er een alternatief soort schuim moet komen. Dat is heel complex, want er zitten zowel chemische-, blustechnische als milieuaspecten aan. Het is goed om elkaar daarvan op de hoogte te houden en samen te kunnen schakelen.’

Hulp in coronatijd

Ook toen de coronapandemie uitbrak, wisten de vier bedrijfsbrandweerkorpsen elkaar te vinden. ‘We moeten 24/7 een bepaald aantal mensen op dienst hebben’, vertelt Kleijwegt. ‘Als door corona veel mensen ziek zouden worden, kon het voorkomen dat we hier in Rotterdam de wacht niet vol zouden krijgen. We hebben elkaar toen elke twee weken gebeld om te vragen hoe iedereen zat met personeel en verzuim. Als er bijvoorbeeld bij de brandweer in Limburg een uitbraak was geweest en wij waren nog goed op sterkte, dan kon een aantal Rotterdammers naar Geleen om te helpen. Het is uiteindelijk gelukkig niet voorgekomen.’

Hulp was wel nodig toen de dijkdoorbraak dreigde. ‘Toen we dat bericht vrijdagmiddag binnenkregen, moesten we heel snel een beslissing nemen’, vertelt Smeets. ‘Ik heb meteen de coördinator van het noodnummer gebeld. Vrij snel daarna is op de alarmknop gedrukt waardoor alle leden van het PII zijn gealarmeerd. Binnen vijf minuten zaten we met z’n vieren in een digitaal overleg om het probleem te bespreken. We bespreken altijd het probleem en niet de oplossing. Er is namelijk altijd wel iemand die aan een oplossing denkt waar je zelf niet aan hebt gedacht.’

Trots als een pauw

Uiteindelijk besloten de korpsen van Dow, Shell en de Gezamenlijke Brandweer Rotterdam om naar Limburg te rijden met hun grote systemen. Denk bijvoorbeeld aan watertransportsysteem en een boosterpomp. Smeets: ‘Al na enkele uren waren alle partijen hier en wisten we hoe we de slangen en pompen neer zouden leggen. We kozen ervoor water uit een uiterwaarde van de Maas te pompen waar het water heel hoog stond. Zo konden we dat probleem ook tegelijkertijd oplossen.’

brandweer

Watertransportsystemen Gezamenlijke Brandweer Rotterdam op het Chemelot-terrein, inzet tijdens hoogwater Limburg juli 2021

De korpsen willen elkaar versterken bij het opleiden van medewerkers en de uitruil van personeel of materiaal.

Uiteindelijk was de inzet niet nodig en bleek dit achteraf een succesvolle testcase. Kleijwegt: ‘Ik ben zo trots als een pauw. Limburg was als geheel in het nieuws, het was in de vakantieperiode en vrijdagmiddag. Toch sprongen er direct mensen in Terneuzen, Rotterdam en Moerdijk in de auto om richting Limburg te gaan om te helpen.’ Smeets voegt daaraan toe: ‘Van iedere inzet zijn dingen te leren, maar we zagen dat de alarmeringsprocedure goed functioneerde en de opkomst goed was.’

Uitbreiding en ondersteuning

In de toekomst wil het platform verder uitbreiden. Ze zijn immers niet de enige bedrijfsbrandweer in Nederland. Voorwaarde is wel dat nieuwe leden vanuit artikel 31 (Wet Veiligheidsregio’s) zijn aangewezen als bedrijfsbrandweer en dat ze deskundigheid, mensen en middelen ter plaatse kunnen leveren bij een incident.

Daarnaast willen de korpsen elkaar op nog meer vlakken versterken. Zoals bijvoorbeeld bij het opleiden van medewerkers en de uitruil van personeel of materiaal. Maar ook bij het aanschaffen van materiaal. Nu heeft niet iedereen dezelfde grote blussystemen, waardoor de korpsen met verloopkoppelingen moeten werken. Smeets: ‘Het zou fijn zijn als we in de toekomst dezelfde systemen hebben, zodat je die verloopstukken niet nodig hebt.’ Ook scheelt het investeringen als dit soort systemen uniform worden uitgerust en ontwikkeld. ‘De pomp die de Gezamenlijke Brandweer in Rotterdam heeft, kan ook Limburgs water pompen. Waarom zouden wij dan nog extra ontwikkelingskosten maken voor een eigen pomp? Ook voor de aankoop van een nieuw, groter haakarmvoertuig (voor het vervoer van containers, red.) kijken wij bijvoorbeeld bij collega’s.’

Volgens de twee brandweermannen heerste er een enorme eilandencultuur bij de bedrijfsbrandweer. Om chemische sites staat immers letterlijk een hek. Die eilandencultuur is door het platform verleden tijd. Kleijwegt: ‘Al is het midden in het weekend, dan weten we elkaar nog te vinden.’

Specialistische kennis delen

Om toerbeurt staat bij elk lid een PII-coördinator paraat. De aanvrager signaleert een probleem, alarmeert via het PII-alarmnummer de dienstdoende PII-coördinator en overlegt hoe verder te handelen.Niet bij elke melding zijn alle korpsen nodig. Hoewel elke bedrijfsbrandweer hetzelfde kan, is het ene korps bijvoorbeeld meer gespecialiseerd in schuim en het andere in gaspakken. Met een gaspak ben je compleet beschermd tegen gevaarlijke gassen en stoffen. Het kan dus zijn dat voor hulp niet het dichtstbijzijnde lid wordt gevraagd, maar het korps met een bepaalde specialistische kennis. Ook de publieke brandweer kan overigens bellen voor kennis of als er een industrieel incident is op bijvoorbeeld de snelweg.

Met het toenemende aanbod groene energie, neemt de roep om flexibele stroomconsumptie toe. De industrie kan een grote rol spelen in netbalancering, maar moet daarbij wel rekening houden met cybersecurity. Want hoe meer ketens aan elkaar worden geknoopt, hoe groter de kans dat kwaadwillenden toegang krijgen tot het kwetsbare en kritieke energiesysteem.

Waar de energiebedrijven voorheen eenvoudigweg gas of elektriciteit leverden, verandert het landschap snel. Elektriciteit kan namelijk zowel van duurzame bronnen als van energiecentrales komen terwijl energieconsumenten tegelijkertijd producenten zijn. En dan investeren ook steeds meer partijen in elektrificatie van hun gas- of stoomsystemen.

Bijkomend voordeel van deze stap is dat de bedrijven een rol spelen in balancering van het stroomnet. Zo kondigde Nobian onlangs nog aan een deel van het regelvermogen van de fabriek inenerg Rotterdam in handen te geven aan Vattenfall. Het Zweedse energiebedrijf kan daarmee de chloorproductie van Nobian ietsje terugdraaien wanneer de stroomprijs te hoog wordt of er stroomtekort dreigt, terwijl het extra kan produceren bij stroomoverschotten op zonnige en winderige dagen. Dat klinkt natuurlijk mooi, maar vraagt ook om verdergaande integratie van de bedrijfssystemen van beide bedrijven. Onderzoeksdirecteur Marco Waas liet dan ook desgevraagd doorschemeren dat in de discussies die Nobian voerde over samenwerking met Vattenfall, een derde deel ging over cybersecurity. ‘Je wil niet dat malafide partijen je productieprocessen kunnen verstoren. We kiezen dan ook bewust voor een directe, bekabelde verbinding.’

Operationele systemen

Nu was Nobian altijd al afhankelijk van de stroomvoorziening omdat chloorproductie nu eenmaal een elektrochemisch proces is. Maar de verwachting is dat de verhoudingen tussen elektriciteit en gasconsumptie meer verschuiven richting eerstgenoemde. Bedrijven als BASF, Dow, Shell, en Sabic onderzoeken al de mogelijkheden voor het elektrificeren van hun krakers. Bovendien investeren steeds meer bedrijven in elektrische stoomketels of warmtepompen. Daarmee verkleinen de bedrijven hun CO2-voetafdruk, maar vergroten ze tevens het risico op cyberterrorisme. Zeker als ze hun assets ook willen inzetten voor netbalancering. Dit soort systemen is nu eenmaal te complex om autonoom af te handelen en vergt altijd digitale communicatie met de keten.

Marcel Jutte, managing director bij Hudson Cybertec, een cybersecurity solution provider: ‘Zeker in de chloor- en stikstofketen zijn de onderlinge afhankelijkheden tussen verschillende bedrijven groot. Als de een niet kan produceren, kan de ander niet afnemen waardoor het primaire proces stilvalt. Andersom, als een bedrijf een product of halfproduct niet kan afnemen, kan de toeleverende partij dit ook niet in grote mate produceren. Alle partijen zijn erbij gebaat een zo stabiel mogelijke productieomgeving te hebben. Dat betekent dat cybersecurity van de primaire processen tiptop op orde moet zijn.’

Cyberaanvallen

Alhoewel gerichte aanvallen op de vitale processen nog niet in Nederland zijn waargenomen, zijn er wel voorbeelden uit het buitenland te vinden. Zo leidde een cyberaanval op een regionaal Oekraïens elektriciteitsdistributiebedrijf in december 2015 tot een verstoring van de dienstverlening aan ongeveer 225.000 klanten. De storingen waren te wijten aan de onbevoegde toegang van derden tot een van de computers en SCADA­systemen van het bedrijf. Zeven 110 kV en 23 35 kV-onderstations werden gedurende drie uur afgesloten.

Chinese hackers vielen in 2011 in operation Night Dragon elektriciteitsbedrijven aan. In 2016 werd ten minste één Europees energiebedrijf slachtoffer van SFG malware dat een backdoor installeerde op de industriële controlesystemen. Dat de mens nog steeds een zwakke schakel is, blijkt ook wel weer uit een als onderdeel van een pentest (penetratie test) uitgevoerde social engineering aanval op een energiebedrijf. Bedrijven laten dit soort testen uitvoeren door zogenaamde ethical hackers, die kijken of het ze lukt een systeem binnen te dringen. Een van de securityonderzoekers kreeg in 2008 volledige toegang tot de SCADA-omgeving van het energiebedrijf. Als dit echte cybercriminelen waren, had dat niet goed kunnen uitpakken. Dat merkte ook Israël dat in 2016 nog werd getroffen door een massale cyberaanval op het elektriciteitsnetwerk, precies tijdens een periode van voor het land extreem koud winterweer.

kunstmatige intelligentie

Marcel Jutte (Hudson Cybertec): ‘Een integrale aanpak van alle aspecten, mens, organisatie én techniek, is van groot belang voor een digitaal weerbare organisatie.’

In het Cybersecurity Beeld Nederland 2020 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) werd melding gemaakt van ransomwareaanvallen op industriële automatisering en controlesystemen (IACS) die worden gebruikt voor bijvoorbeeld de drinkwater- en energievoorziening. Ook het afgelopen jaar zijn wereldwijd vitale processen in de sectoren elektriciteit, water, olie en gas, chemie, voedsel, transport en de zorg doelwit geweest van digitale aanvallen door criminele groepen. Jutte: ‘Of de zwakke plek nu zit in de techniek, het personeel of het beleid van de organisatie maakt niet uit. Een gemotiveerde aanvaller zal de zwakke plek uiteindelijk vinden en uitbuiten. Een integrale aanpak van alle aspecten, mens, organisatie én techniek, is dan ook van groot belang voor een digitaal weerbare organisatie.’

Security by design

Het ministerie van Justitie en Veiligheid gaf onderzoeksbureau Gartner de opdracht de cybersecurity van IACS­systemen te onderzoeken. De conclusie was dat de systemen tot nog toe weinig problemen ondervonden van cyberaanvallen. Maar dat wilde niet zeggen dat dit zo zou blijven.

Volgens de onderzoekers gebruikt de energiesector veelvuldig IACS-systemen. Men verwacht dat dit nog verder toeneemt door het gebruik van smart grids. Ook het gebruik van wind- en zonne-energie zorgt voor een wisselend aanbod van elektriciteit. IACS-systemen sturen de productieprocessen voor het genereren van stroom aan, zorgen ervoor dat het primaire proces op een veilige manier verloopt en zorgen ervoor dat de spanning op het elektriciteitsnet constant blijft. Verder gebruiken netbeheerders IACS-systemen om bij onderhoud delen spanningsloos te maken, zodat onderhoud veilig kan gebeuren. Ook bij incidenten, zoals een probleem met een transformator, kan de stroom anders worden gerouteerd, zodat de eindgebruikers hier geen last van hebben. De impact bij verkeerde aansturing kan ervoor zorgen dat het elektriciteitsnetwerk zonder spanning komt te staan.

Verder is het mogelijk dat de spanning hoger of lager wordt dan 230V, waardoor aangesloten apparaten ook fysiek beschadigd kunnen raken. Of wat te denken van fluctuaties in de frequentie, waardoor klokken en timers niet meer goed functioneren. Als het meetgedeelte van een systeem niet goed functioneert, kan dit ervoor zorgen dat er niet of niet tijdig kan worden ingegrepen bij afwijkingen.

Jutte: ‘Door de toenemende digitalisering en steeds verdergaande autonomie van gekoppelde beslissystemen wordt ook de potentiële impact van een cyberincident significant groter. Dit maakt het noodzakelijk dat de IACS-omgevingen cybersecure zijn en bestand zijn tegen aanvallen van zowel buitenaf als binnenuit. Het geheel moet kloppen. Ontwerpers van dit soort systemen moeten vanaf het begin rekening houden met cyberveiligheid, ofwel security by design. Alleen dan kan de keten de digitale weerbaarheid van dit soort omgevingen gedurende de gehele levenscyclus borgen.’

Ketenveiligheid

Ook de Cyber Security Raad, die de overheid informeert over cyberrisico’s, ziet dat steeds meer systemen zich met elkaar verknopen. Dat is volgens deze raad een goede ontwikkeling omdat daarmee ook steeds meer mogelijkheden ontstaan voor samenwerking tussen bedrijven en sectoren. De schaduwzijde is echter dat een meer ICT-afhankelijke economie ook meer risico’s met zich meebrengt op het gebied van digitale veiligheid. Volgens de raad worden steeds meer bedrijven, overheden, systemen en applicaties met elkaar verbonden, terwijl er nauwelijks wordt nagedacht over de digitale veiligheid in deze keten. Dit kan grote economische gevolgen hebben. De raad riep daarom onlangs op niet alleen de cyberrisico’s in organisaties in kaart te brengen, maar ook de risico’s in de keten.

Jutte: ‘Ook wet- en regelgeving zal hier een rol in gaan spelen.’

Jutte: ‘Natuurlijk is het belangrijk dat de keten wordt beschermd. Dat geldt niet alleen voor bedrijven en organisaties die direct aan elkaar zijn gekoppeld, maar ook voor toeleveranciers en onderhoudspartijen voor IACS-omgevingen. We zien in de praktijk dat ICT en OT-afdelingen van bedrijven steeds vaker productcertificeringen verwachten en andere cybersecurityeisen stellen aan de keten. Ook wet- en regelgeving zal hier een rol in gaan spelen. Er valt nog een heleboel op dit vlak te doen.’

Analyse

Inmiddels zijn de eigenaren van vitale systemen wel in de weer om cyberaanvallen zoveel mogelijk te voorkomen. Zo voerde Tennet samen met Shell, Gasunie, Nuon, Alliander en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) een risicoanalyse cybersecurity uit binnen de energiesector. De analyse moest blootleggen wie van wie afhankelijk is, welke kritieke IT-systemen er zijn en welke risico’s de verschillende partijen in de sector lopen. Met als belangrijkste hoofdvraag: welke digitale veiligheidsmaatregelen moet de keten nemen? Aangezien er geen effectieve analysemethode bestond voor digitale ketenveiligheid, ontwikkelde de energiesector deze zelf. Deze methode is inmiddels gratis te downloaden via de website van de Cyber Security Raad.

BioMCN heeft twee oefenstations in haar opleidingslokaal ingericht voor leerling operators. De operator training simulator (OTS) is een exacte kopie van het procesbesturingssysteem in de meetkamer van het bedrijf.

Bij het doorgaans stabiele productieproces van BioMCN is het voor nieuwe operators lastig om de paneelfunctie aan te leren. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er twee jaar achter elkaar van onderhoudsstop naar onderhoudsstop wordt geproduceerd zonder noemenswaardige verstoring in het proces. Dan is het proces van starten of stoppen van de installatie moeilijk onder de knie te krijgen. En omdat een start enkele dagen duurt, zal de paneeloperator ook niet alle fases van de start meemaken. Om toch de nodige praktische ervaring op te doen, heeft BioMCN nu twee simulatoren voor leerling operators.

Realistisch

De simulator bestaat uit een paneeloperator-station met acht beeldschermen, een fieldoperator-station met twee beeldschermen en een instructeur-station met twee beeldschermen. Omdat de OTS een exacte kopie is van het proces, is het voor de leerlingen heel realistisch om ermee te werken. Processen aansturen en stoppen of opstarten van de verschillende onderdelen van de fabriek, zijn 1 op 1 gekopieerd.

Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) legde 28 april de gaswinningslocatie van de NAM op Ameland stil. Zo blijkt uit een persbericht dat SoDM nu pas publiceerde. Inspecteurs constateerden flinke corrosie bij de koelinstallatie waardoor er ernstig gevaar voor de werknemers was ontstaan. Inmiddels zijn een aantal veiligheidsmaatregelen genomen, waardoor er weer voldoende veilig kan worden gewerkt op de locatie. De stillegging is daarom weer opgeheven.

Op de gaswinningslocatie van de NAM staat een koelinstallatie om de temperatuur van het geproduceerde aardgas te verlagen. Op en direct onder de koelinstallatie kunnen medewerkers van de NAM aan het werk zijn. SodM constateerde dat de koelinstallatie in dermate slechte staat van onderhoud verkeert dat er flinke corrosie was ontstaan. Werknemers die direct onder de koelinstallatie liepen, zouden daardoor het risico lopen te worden getroffen door vallende (installatie)onderdelen.

Door de corrosie kwamen de koelleidingen in de verdrukking en waren deels zichtbaar vervormd. Deze vervorming kan op een gegeven moment leiden tot lekkage, en daarmee gevaar voor bedwelming van personen, of ontbranding/ontploffing van aardgas en condensaat. Op het moment van inspectie was er nog geen sprake van lekkage.

Omdat dit ernstig gevaar kan opleveren voor personen beval de inspecteur ter plekke dat de werkzaamheden moesten worden gestaakt, dan wel niet mochten aanvangen.

Veiligheidsmaatregelen

Op 12 mei bezochten inspecteurs van SodM de locatie opnieuw. De NAM voerde een aantal veiligheidsmaatregelen door. Zo plaatste men een hekwerk rond de koelinstallatie om te voorkomen dat medewerkers eronder kunnen komen. Daarnaast plaatste de NAM een extra sensor bij de koelinstallatie om bij lekkage de gasproductie direct veilig uit te schakelen. Door deze veiligheidsmaatregelen kunnen de werkzaamheden voldoende veilig worden hervat.

SodM hief de stillegging daarom op. SodM verplichtte de NAM wel om de koelinstallatie vóór 1 september 2021 in goede staat van onderhoud te brengen.

De koelinstallatie bij NAM Ameland

Het gecorrodeerde frame dat tegen leidingen drukt

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft de Staat van mainport Rotterdam 2021 uitgebracht. Deze rapportage brengt voor het eerst informatie over risico’s en uitstoot bij elkaar in kaart.

De Staat laat zien dat er veel partijen bij het toezicht betrokken zijn, maar dat het totaalplaatje ontbrak. De optelsom van gegevens brengt risico’s beter én in samenhang in beeld. Inspecteur-generaal Jan van den Bos: ‘Het is hopelijk een opmaat voor verdere samenwerking en versterking van de keten. Ik nodig alle partijen dan ook uit om de Staat de komende jaren door te ontwikkelen. Zo kan er een nog beter beeld ontstaan van de veiligheid en duurzaamheid van de mainport Rotterdam.’

ILT richt zich in de rapportage op drie hoofdonderwerpen: de logistieke veiligheid, de externe veiligheid en de luchtkwaliteit in de periode 2017-2019 in het havengebied.

Logistieke veiligheid

Bij het transport met zee- en binnenvaartschepen in het havengebied gebeuren jaarlijks zo’n 115 scheepsongevallen. Voor de ‘nautische veiligheid’ ontwikkelde de Havenmeester een methode om de veiligheid te duiden in een cijfer. Met betrokken partijen kan zodoende onder andere worden beoordeeld of het veiligheidsniveau voldoet aan de gemaakte afspraken, doelen en ambities. En waar concrete verbeterpunten nodig zijn. Voor het transport over het spoor en de weg zijn dergelijke afspraken niet gemaakt. De ILT beveelt aan dat ook voor spoor- en wegvervoer een vergelijkbare methodiek wordt ontwikkeld.

Externe veiligheid

De hoeveelheden gevaarlijke stoffen die jaarlijks over de weg, het water en het spoor worden vervoerd, blijven binnen de vastgestelde grenswaardes. Deze grenswaardes zijn er om te voorkomen dat bij incidenten met deze stoffen een onacceptabel veiligheidsrisico ontstaat voor de omgeving. Bij het transport met gevaarlijke stoffen gebeurden in de mainport de afgelopen jaren jaarlijks gemiddeld 26 ongevallen met gevaarlijke stoffen in bulk.

In de praktijk zijn bij het toezicht op het opslaan en transport van gevaarlijke stoffen verschillende partijen betrokken. Waar het toezicht overgaat van de ene naar de andere bevoegde autoriteit bestaat het risico dat het zicht en de grip vanuit de overheid op de risico’s vervagen. En witte vlekken in het toezicht ontstaan. Een meer strategisch en operationeel afgestemde ketenaanpak in het toezicht en de uitwisseling van informatie lijkt gewenst.

Emissies

De helft van de landelijke emissie van zwavel door bedrijven vindt plaats in de mainport. Hiervan nemen de raffinaderijen het grootste deel voor hun rekening. Daar komt de uitstoot van de zee- en binnenvaartschepen nog bij. De mainport Rotterdam voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen voor stikstofdioxide (NO₂). Voor fijnstof voldoet de mainport aan de Nederlandse wettelijke normen, maar niet aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).