De nieuwe demiwaterfabriek op de site van BASF Antwerpen is officieel geopend. ‘Ik ben er trots op dat, ondanks corona, de nieuwe fabriek binnen de planning en in eigen beheer is gerealiseerd’, aldus Annette Ottolini, algemeen directeur Evides Waterbedrijf.

In september 2020 tekenden BASF en Evides Industriewater een overeenkomst tot strategische samenwerking. Het ontwerp en de bouw van de nieuwe demiwaterfabriek en de levering van de juiste hoeveelheden voedingswater is onderdeel van deze overeenkomst. De fabriek vervangt de huidige BASF-installatie.

Evides heeft de nieuwe fabriek in nauwe samenspraak met BASF Antwerpen ontworpen, gebouwd en in bedrijf genomen. Er is gezamenlijk afgestemd hoe de nieuwe fabriek optimaal kon worden geïntegreerd in het complexe warmte- en productie-Verbund van de BASF-site in Antwerpen.

Duurzaam watermanagement

BASF Antwerpen blijft met de ingebruikname van de nieuwe fabriek duurzaam watermanagement toepassen. Zo is BASF al in 1995 gestart met hergebruik van geschikte interne waterstromen als voedingswater voor de demiwaterproductie. Ook Evides Industriewater streeft naar hergebruik en duurzaam water- en energiegebruik, en dat komt tot uiting in de nieuwe installatie.

Daarin wordt condensaat van stoom, afkomstig uit een specifieke installatie, hergebruikt als voedingswater in het deminproces. Ook draait de volledige demiwaterproductie op groene stroom en wordt restwarmte gebruikt voor het opwarmen van voedingswater. Er zijn bovendien minder chemicaliën nodig bij de zuivering naar demiwater. Ook is de installatie geschikt om in de toekomst andere waterbronnen te kunnen inzetten.

Een van de aanvoerleidingen naar chemiesite Chemelot in Geleen is door de recente wateroverlast beschadigd. Hierdoor is er tijdelijk minder aanvoer van grondstoffen naar Chemelot, waardoor niet alle fabrieken op volle sterkte kunnen opereren.

Bedrijven werken sinds de uitbedrijfname van de pijpleiding aan het herstel daarvan. De beschadiging heeft niet geleid tot bodem- of watervervuiling. De tijdelijk verminderde aanvoer van grondstoffen kan als gevolg hebben dat fabrieken of bepaalde fabrieksonderdelen vaker moeten stoppen en weer opstarten. Dit kan gepaard gaan met een bruine pluim of fakkel boven het Chemelot-terrein.

Tekort aan proces-/koelwater

De wateroverlast zorgde er ook voor dat voor het eerst het Platform Industriële Incidentbestrijding (PII) is ingezet. Limburg werd medio juli tot rampgebied verklaard. Chemiesite Chemelot in Geleen ligt net buiten het getroffen gebied en ondervond naast de beschadigde aanvoerleiding geen overlast van het wassende water. Tot op 16 juli de dijk van het Julianakanaal in Meerssen dreigde te bezwijken. Omringende dorpen en buurtschappen werden snel geëvacueerd. Chemelot zou bij een dijkdoorbraak niet onder water komen te staan, maar zou bij een te grote daling van het waterpeil in het Julianakanaal wel te maken krijgen met een tekort aan proces-/koelwater, want dit wordt betrokken uit het Julianakanaal. Met als gevolg tijdelijk afschakelen van fabrieken.

Water naar de site brengen

Vorig jaar is het Platform Industriële Incidentbestrijding (PII) opgericht, een samenwerkingsverband van de bedrijfsbrandweer van Dow Terneuzen, Shell Moerdijk, Gezamenlijke Brandweer Rotterdam en Sitech Geleen. Om toerbeurt staat bij elk lid een PII-coördinator paraat. De aanvrager signaleert een probleem, alarmeert via het PII-alarmnummer de dienstdoende PII-coördinator en overlegt hoe verder te handelen. In dit geval kwam het telefoontje van Sitech. Na overleg werd besloten alle leden van het PII te alarmeren. Het Actiecentrum Chemelot kwam met het idee om water naar de site brengen, en het PII bleek daarin een rol te kunnen spelen met het beschikbaar stellen van hun benodigde systemen.

Pompen

De bedrijfsbrandweer van Gezamenlijke Brandweer Rotterdam, Shell en Dow rukten met grootwater-transportsystemen en grootvermogen-bluswaterpompen op naar Chemelot. De Nationale Politie ondersteunde de verplaatsing van de eenheden. Het plan was om een slangenverbinding te leggen tussen de Maas bij de Urweg in Urmond en het waterinnamepunt van de Chemelot-site. Rond 20:30 uur waren alle eenheden aanwezig op de site. Ter plaatse voerden de liaisons samen met de Officier van Dienst Chemelot de verkenning uit betreffende opstelplaatsen voor pompen en slangenwegen.

Toen de slangen met een vrachtwagen op het traject werden uitgerold, kwam het signaal dat de noodreparatie aan de dijk in het Julianakanaal was gelukt en de geëvacueerde bewoners terug konden naar hun dorpen. Toen wist ook het actiecentrum van Chemelot dat het kanaal bruikbaar zou blijven voor de aanvoer van water.

Waterschap Vallei en Veluwe heeft SolarDew te gast op rioolwaterzuivering Apeldoorn. Het jonge bedrijf heeft een technologie ontwikkeld om drinkwater te produceren uit bijvoorbeeld zeewater of vervuild water. De startup test deze technologie een paar maanden op de rioolwaterzuivering Apeldoorn.

Het bedrijf heeft de technologie vooral ontwikkeld voor gebieden waar de zon overvloedig schijnt, maar waar weinig drinkwater te vinden is. Omdat het concept is simpel en robuust is, wordt het onderhoud tot een minimum beperkt. Het proces gebruikt de energie van de zon voor membraandestillatie. Het water verdampt, passeert het membraan en condenseert aan de andere kant. Het systeem is geschikt voor huishoudens (4 liter per dag), maar ook voor complete gemeenschappen (tot vijfduizend liter per dag). De kosten: 1 tot 2 cent per liter.

Sachem stopt met het onttrekken van vervuild grondwater. Volgens het bedrijf en de Provincie Gelderland is de grondwatersanering op het terrein in Zaltbommel niet meer nodig. Het bedrijf zou volgens de rechter het water oneigenlijk gebruiken als koelwater.

De grond en het grondwater op de locatie van Sachem zijn begin jaren zeventig als gevolg van het productieproces en een brand verontreinigd geraakt met benzeen. Het bedrijfsterrein wordt al een aantal jaren gesaneerd door onder andere grondwater te onttrekken. Sachem heeft een vergunning van de Provincie Gelderland voor grondwateronttrekking voor sanering ter plaatse van het bedrijfsterrein. Volgens deze vergunning zou de onttrekking worden afgebouwd en gestopt in 2023.

Boete

De provincie Gelderland waarschuwde Sachem twee jaar geleden dat het moest stoppen met het oppompen van grondwater. Sachem gebruikte het grondwater namelijk al lang niet meer voor het saneren van de bodem, maar voor industriële koeling. Wat in strijd was met de regels, zo oordeelde ook de rechter.

Afgelopen jaren verminderde Sachem de hoeveelheid opgepompt grondwater al stevig. Het bedrijf stopte echter medio februari volledig omdat deze volgens eigen analyse niet meer noodzakelijk was voor de verdere grond- en grondwater sanering. De Provincie Gelderland is dezelfde mening toegedaan en wilde dat de onttrekking vóór 1 april werd gestopt.

Mechanisch koelen

De installaties worden nu gekoeld met koeltorens en mechanische koeling. De koelinstallaties, waar een flinke investering voor nodig was, zijn in februari in gebruik genomen.

Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen en NHL Stenden Hogeschool ontwikkelden een polymeermembraan uit biobased appelzuur. Het superamfibisch vitrimere epoxyhars membraan scheidt water en olie en is volledig recyclebaar. Wanneer de poriën verstopt zijn door verontreinigingen, kan het worden gedepolymeriseerd, gereinigd en vervolgens tot een nieuw membraan worden geperst.

Superamfibische membranen, die zowel van olie als van water houden, zijn een veelbelovende oplossing voor het opruimen van olievlekken op water. Helaas zijn deze membranen  vaak niet robuust genoeg voor gebruik buiten de laboratoriumomgeving. Bovendien kunnen de membraanporiën dichtslibben door aangroei van algen en zand. Chongnan Ye en Katja Loos van de Rijksuniversiteit Groningen en Vincent Voet en Rudy Folkersma van NHL Stenden gebruikten een relatief nieuw type polymeer om een membraan te maken dat zowel sterk als gemakkelijk te recyclen is.

De wetenschappers maken het nieuwe vitrimeer membraan door polymeren uit het natuurlijke monomeer appelzuur te persen en sinteren. Dit membraan kan worden gerecycled door het te malen en vervolgens te persen en te sinteren.

Dynamisch netwerk

Vitrimeerplastics zijn polymeren met de mechanische eigenschappen en chemische resistentie van een thermohardende kunststof. Vitrimeer-kunststoffen kunnen zich echter ook gedragen als een thermoplast, omdat ze kunnen worden gedepolymeriseerd en hergebruikt. Dit betekent dat een vitrimeer kunststof alle kwaliteiten bezit om een goed membraan te vormen voor de sanering van olielekken.

De polymeren in het vitrimeer zijn op een omkeerbare manier verknoopt’, legt Voet uit. Ze vormen een dynamisch netwerk, dat recycling van het membraan mogelijk maakt.’ De wetenschappers produceren het vitrimeer via basegekatalyseerde ringopeningspolymerisatie tussen appelzuur en epoxy-gemodificeerd appelzuur.

Poriën

Zowel water als olie verspreiden zich over het resulterende superamfibisch membraan. Bij een olieramp is veel meer water aanwezig dan olie. Het overvloedig aanwezige water bedekt het membraan en passeert  vervolgens door de poriën. Voet: ‘De waterfilm aan het oppervlak van het membraan houdt de olie uit de poriën en scheidt deze van het water.’

Het membraan is stevig genoeg om olie uit het water te filteren. Als zand en algen de poriën verstoppen, kan het membraan na verwijdering van de verontreinigingen worden gedepolymeriseerd. Daarna kan men van de bouwstenen een nieuw membraan maken. ‘We testten dit op laboratoriumschaal van enkele vierkante centimeters’, zegt Loos. ‘En we zijn ervan overtuigd dat onze methoden schaalbaar zijn. Zowel voor de polymeer-synthese als voor de productie en recycling van het membraan.’ De wetenschappers hopen dat een industriële partner de verdere ontwikkeling op zich zal nemen.

Toepassingen

Het maken van dit nieuwe membraan voor olielekkagesanering toont de kracht van samenwerking tussen een onderzoeksuniversiteit en een toegepaste universiteit. Loos: ‘Een tijdje geleden besloten we dat de polymeergroepen van de twee instituten één moesten worden. Door studenten, staf en faciliteiten te delen. We startten onlangs de eerste hybride onderzoeksgroep in Nederland. Dat maakt het makkelijker om toepassingen te vinden voor nieuw ontworpen materialen. Voet: ‘Polymeerchemici streven ernaar moleculaire structuren te koppelen aan materiaaleigenschappen en toepassingen. Ons hybride onderzoeksteam heeft de ervaring om precies dat te doen.’

Een nieuw te bouwen ontziltingsinstallatie in de haven van Antwerpen zal vanaf begin 2024 brak dokwater oppompen en omzetten in hoogwaardig proceswater voor de chemiesector. Daardoor hoeven chemiebedrijven voor bepaalde productieprocessen niet langer drinkwater uit het Albertkanaal te gebruiken. Dit zou in de opstartfase al een besparing betekenen van miljoenen liters drinkwater per jaar.

De Amerikaanse investeringsmaatschappij Avaio, in samenwerking met Aecom, sloot een intentieverklaring met Covestro om de waterfabriek op de terreinen van het chemiebedrijf te bouwen. De installatie zal via een pijpleiding ook het naburige Evonik bevoorraden en is erop voorzien dat ook andere chemiebedrijven erop kunnen aansluiten.

In de chemiesector is water een cruciale schakel in de productieprocessen. Drinkwater wordt daarbij vooral gebruikt als noodzakelijke grondstof. Maar ook voor stoomproductie of als koelwater om de veiligheid van de installaties te garanderen. Met de bouw van een nieuwe waterfabriek in de haven van Antwerpen hoeven industriebedrijven hiervoor niet langer drinkwater uit het Albertkanaal te gebruiken, maar kunnen ze overschakelen op water uit de havendokken

Minder drinkwater

Daardoor kunnen Covestro en Evonik hun drinkwatergebruik met liefst 98 procent terugdringen. Beide chemiebedrijven zullen drinkwater enkel nog gebruiken voor sanitaire toepassingen. De ontziltingsinstallatie heeft de capaciteit om een jaarlijkse waterbesparing te realiseren die gelijk is aan de gemiddelde drinkwaterconsumptie van ongeveer 40.000 gezinnen van vier personen. Bovendien is het mogelijk om de waterfabriek – en de daarmee samenhangende drinkwaterbesparing – nog verder uit te breiden. De initiatiefnemers zijn daarover in onderhandeling met andere bedrijven en in overleg met Port of Antwerp.

Kwaliteits- en milieuvoordelen

De omzetting van dokwater naar proceswater vermindert niet enkel de druk op de drinkwatervoorziening maar biedt ook kwaliteits- en milieuvoordelen. Zo is de zoutlast, of de concentratie aan mineralen, van proceswater vijf keer lager dan van drinkwater. Doordat het water minder zout bevat is het beter geschikt voor chemie-installaties. Dat betekent minder watergebruik, minder afvalwater en minder chemicaliën voor waterbehandeling.

Avaio en Aecom willen begin volgend jaar starten met de aanvraag van de nodige vergunningen. Avaio verwacht medio 2022 te kunnen beginnen met de bouw van de installatie. Die zou twee jaar later, in 2024, operationeel moeten zijn. De investeerders streven ernaar om de ontziltingsinstallatie te laten draaien op groene stroom. De waterfabriek is ook uitgerust met de juiste technologie om in een latere fase gezuiverd afvalwater te gaan hergebruiken.

Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder essenscia vlaanderen, sectorfederatie van de chemie en life sciences: ‘Chemie- en farmabedrijven hebben het verbruik van drink- en grondwater de voorbije tien jaar al fors teruggedrongen. Met een efficiëntieverhoging van liefst 35 procent. We produceren dus meer met minder water. Met dit unieke project zorgt de chemiesector opnieuw voor een grote vermindering van het drinkwaterverbruik, volledig in lijn met de ambities van de Blue Deal van de Vlaamse regering.’

In Industrielinqs LIVE spraken we over circulariteit in de watersector. Waterschappen halen steeds meer energie en grondstoffen uit hun afvalwater die ze inzetten in de industrie of landbouw. Om dit tot een succes te brengen, zullen de schakels in de duurzame keten beter moeten samenwerken. Hoe ziet een gezamenlijke circulariteit eruit? En wat betekent een meer circulaire economie voor de natuur: wat heeft die nodig?

Kijk de uitzending hier terug:

 

Op de bedrijventerreinen Kraaiven en Vossenberg werken vijf bedrijven aan een systeem voor duurzaam watergebruik en hergebruik. Dit zijn een drinkwaterbedrijf, twee waterschappen, de gemeente Tilburg en de provincie. Het algoritme AquaVest van Bureau Frontier Ventures, in februari uitgeroepen tot Water Innovator of the Year, geeft adviezen. Die laten een goede basis zien voor meer samenwerking in de waterketen. De verwerking van alle data en opstellen van scenario’s duurt nog tot eind mei.

Vraag en aanbod worden in Tilburg slim bij elkaar gebracht. Het resultaat moet zowel goed voor het milieu als voor de bedrijfsvoering van betrokken partijen uitpakken.

Dit pilotproject moet ervoor zorgen dat er ook op lange termijn voldoende water van goede kwaliteit is. Doel is een manier te vinden die waterbesparing en kostenbesparing combineert. De deelnemers leveren gegevens aan voor het rekenmodel. Daarna komt AquaVest met scenario’s die tot een verbetering van het totale watersysteem leiden. Te denken valt aan voorstellen voor het gebruik van oppervlaktewater en het gebruik van de uitstroom van een rioolwater of afvalwaterzuivering. In de toekomst wordt ook de waterbehoefte van de landbouw en de natuur meegenomen.

Informatie duurzaam watergebruik

Founding director Duska Disselhoff van Frontier Ventures: ‘Het gebruik van algoritmen voor complexe systemen is op zich bekend. Ons algoritme heeft zich al bewezen in de olie- en gasmarkt. Deze aanpak is nieuw in de waterwereld. Waterschap De Dommel, Brabant Water en de Provincie Noord-Brabant zagen de toegevoegde waarde van AquaVest. We werken nu aan het samenbrengen van zoveel mogelijk gegevens om daaruit waardevolle informatie te kunnen destilleren.’

‘Dit is een ideale pilot’, gaat Disselhoff verder. ‘We hebben zelf een achtergrond in de private sector. Hiermee kunnen we een link leggen naar de publieke organisaties en de samenwerkingen versterken. We willen ook testen of de verwachtingen van de publieke sector impact hebben op de private omgeving.’ In de toekomst leggen de algoritmen koppelingen met publieke databases. Daarin zitten gegevens zoals rivierwaterkwaliteit of grondwaterkwaliteit. Hiermee kunnen projecten gemakkelijker worden uitgevoerd. Ook kan dan pro-actief worden gewerkt aan nieuwe mogelijkheden.

Gebiedsgerichte aanpak

In deze pilot onderzoeken de partijen hoe gebiedsgericht kan worden gewerkt aan het duurzaam omgaan met water. De uitkomsten dienen als basis voor de overheid en industrie om te kiezen welke investeringen zij daadwerkelijk willen doen.

István Koller is strategisch milieumanager voor de industrie bij Waterschap De Dommel. ‘In Brabant hebben we vooral zandgronden. Hoewel er de laatste tijd veel regen is gevallen, houdt het oppervlak niet lang stand. In een droge zomer hebben we nog steeds te maken met waterstress. Hierdoor neemt de beschikbaarheid van grondwater af. Dit betekent dat bedrijven, de landbouw en de natuur concurreren om de schaarse zoetwaterbronnen. Dit terwijl we ook alternatieve waterbronnen beschikbaar hebben. Zo exploiteren we zelf een rioolwaterzuiveringsinstallatie, waarvan we het effluent als irrigatiewater kunnen gebruiken. Als we de waterketen kunnen verlengen of zelfs sluiten, kan dat de stress verlichten. Dat vraagt wel om coördinatie tussen alle betrokkenen. Samen met de Provincie Noord-Brabant hebben we daarom besloten om te investeren in een pilot waarin we AquaVest inzetten als beslissingsondersteunend instrument.’

In dit project werken Agristo, Coca Cola European Partners Nederland, International Flavors & Fragrances, Fujifilm, Brabant Water, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel, gemeente Tilburg en de provincie Noord-Brabant samen.

 

Recentelijk was in Amsterdam de Rijnministersconferentie, waar de betrokken ministers van de Rijnlanden bijeen kwamen om te overleggen. Zij hebben afspraken gemaakt over de kwaliteit van het Rijnwater. Want die blijkt toch minder goed te zijn dan gedacht. Men heeft zich voorgenomen de komende twintig jaar de chemische vervuiling met dertig procent te reduceren.

Maar het ging toch juist beter met de waterkwaliteit? Ja, dat klopt. De gekleurde, stinkende afvalstroom die dertig jaar geleden vanuit Duitsland door ons land naar de zee stroomde, is niet meer. Er is weer sprake van een rivier. De lozing van ‘conventionele’ chemicaliën, zuren, basen en verfstoffen is serieus verminderd. Er zijn de nodige maatregelen getroffen en scherpe normen gesteld. En dat blijkt onder andere uit de visstand in de rivier. Zo lijkt de zalm zich weer in de Rijn te vestigen. En dat is natuurlijk goed.

Gedachteverandering

Waarmee is het water dan zo vervuild? Vooral met medicijnresten en bestrijdingsmiddelen, maar ook met ‘nieuwere’ chemicaliën, waarvan we bijvoorbeeld dachten dat ze minder schadelijk waren. Hiervan is de PFAS-kwestie een duidelijk voorbeeld. En die toename is deels logisch. Ten eerste kan de waterkwaliteit tegenwoordig steeds beter worden geanalyseerd. Met nieuwe meettechnieken kunnen kleine concentraties worden gedetecteerd, die we vroeger niet zagen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze er niet al waren.

Ten tweede komen er nieuwe chemicaliën bij, of worden nieuwe toepassingen bedacht, waardoor het gebruik en de productie stijgen. Van nieuw stoffen zijn de gevolgen vaak maar beperkt bekend, omdat die pas na een lange periode goed kunnen worden vastgesteld. Dus zijn lozingsnormen voor nieuwe stoffen meestal nog ruim en weinig terughoudend.

Natuurlijk hoef ik u niet uit te leggen dat het belang groot is, want uiteindelijk wordt dat water zowel gebruikt als drinkwater, maar ook om gewassen te beregenen De kans dat het in de voedselketen terechtkomt is groot. Probleem is alleen dat de nieuwere chemicaliën moeilijker uit het water te halen zijn en zuiveren dus problematischer wordt. Dan is het wellicht slimmer om te trachten te voorkomen dat deze stoffen in het water terechtkomen, dan ze er later weer uithalen. Alle beetjes helpen. Dus als producenten van chemische middelen moet ook de industrie haar verantwoordelijkheid nemen, net als andere sectoren dat moeten doen.

Misschien is er een gedachteverandering nodig. Misschien moet er actiever worden gestreefd naar zo min mogelijk stoffen in het water. Dus bij afvalstromen rekening houden met het maximaal reduceren van chemicaliën in het lozingswater. Niet alleen terugbrengen tot onder de gestelde norm, maar altijd streven naar het absolute minimum. En dat geldt niet alleen voor de industrie. Er zijn inmiddels tal van voorbeelden bekend waar stoffen op een later moment schadelijker bleken te zijn dan eerder werd gedacht. Normen worden opgesteld op basis van de informatie die bekend is op het moment van toelaten. Toch blijkt later vaak dat de gevolgen groter zijn dan aanvankelijk werd aangenomen en de lozingsnormen dus te hoog waren. Maar dan is het kwaad al geschied.

Kosten voor zuiveren

Het mooiste zou het zijn als bij het ontwerp van nieuwe materialen meer rekening wordt gehouden met het feit dat ze vroeg of laat in het water belanden. We zien aan het (micro)plastic dat het niet de vraag is of stoffen in het water komen, maar eerder hoe snel dat gebeurt. Zou het toch niet mooi zijn als, voordat een stof wordt toegelaten op de markt of op grotere schaal gebruikt gaat worden, nauwkeurig bekend is wat de gevolgen ervan zijn en hoe lang het duurt voordat het kan worden afgebroken in waterzuiveringsinstallaties? En in plaats van te beargumenteren wat men doet om net onder een lozingsnorm te komen, uit te leggen waarom men niet nog verder zou reduceren. En dat het geld kost, weten we allemaal, maar vergeet niet dat de steeds hoger wordende kosten voor het zuiveren van drinkwater ook door ons allen moeten worden gedragen. Dus linksom of rechtsom moeten we als maatschappij hiervoor opdraaien. Laten we het dan slim aanpakken.

 

Chris Aldewereld is ingenieur Scheikundige Technologie en werkzaam als Adviseur Industriële Veiligheid.

Vice president operations Benelux Neldes Hovestad van Dow ziet de hoge standaard die het bedrijf bereikte op het gebied van waterbeheer vooral als een sociaal succes. Door de regionale waterstromen in kaart te brengen en intensief samen te werken met de provincie en waterschappen lukt het de chemische site steeds weer zijn watervoetafdruk te verkleinen. ‘De samenwerking met provincie, waterschappen en waterbedrijven zie ik als een sociaal experiment dat voor alle partijen goed uitpakte. De industrie zal de komende jaren steeds meer lastige vragen krijgen wat betreft de ecologische voetafdruk. Dan kan je maar beter een goed verhaal hebben.’

Als er een industriële water award bestond, zou Dow Terneuzen een grote kanshebber zijn voor de eerste prijs. Weliswaar gedwongen door de omstandigheden, is de chemische site een schoolvoorbeeld van duurzaam integraal waterbeleid. Het Amerikaanse moederbedrijf koos ooit voor de locatie Terneuzen vanwege de beschikbaarheid van grond en arbeidskrachten en de ligging aan diep water. Dat het meeste water in de buurt zout was, nam het bedrijf op de koop toe.

Naftakraker

Zeeland staat bekend als waterstressgebied, wat met name te wijten is aan de infiltratie van het zoute zeewater. De inzet van zoetwater voor chemische processen, staat dan ook op gespannen voet met de drinkwatervoorziening in de regio. Toch kon de site lang toe met het zoete water uit de omgeving, deels regenwateroverschot uit Belgische polders en deels, via verdamping, van ontzilt zeewater.

Toen Dow in 1999 wilde uitbreiden met een nieuwe naftakraker, zou het waterverbruik echter met circa dertig procent toenemen. Waar de site tot dan jaarlijks vijftien miljoen kuub water verbruikte, zou dat stijgen naar ruim twintig miljoen kuub. Het betekende de start van een samenwerking met utilitiesbedrijf Delta dat investeerde in een membraan ontziltingsinstallatie van US Filter. De samenwerking tussen Delta en USF mondde uiteindelijk uit in de oprichting van een nieuw industriewaterbedrijf: Evides Industriewater. Van zeewater stapte men over op het effluent van de lokale rioolwaterzuivering, hergebruik van het eigen gereinigde afvalwater, en Biesboschwater –  inmiddels worden steeds meer alternatieve stromen in kaart gebracht en geëvalueerd.

Sociale  en technische Innovatie

Vice president operations Benelux Neldes Hovestad van Dow ziet de hoge standaard die Dow bereikte op het gebied van waterbeheer vooral als een sociaal succes. ‘Doordat we de watervoorziening serieuzer namen dan de gemeente Terneuzen en de Provincie Zeeland hebben we eigenlijk alleen maar medewerking gekregen van de lokale overheden. Maar ook de samenwerking met waterschap Scheldestromen en Evides Industriewater zie ik vooral als een sociaal experiment dat heel goed voor alle partijen uitpakte. We zijn tenslotte een chemiebedrijf en geen waterexperts. Juist in die publieke en private samenwerkingen schepten we een klimaat waar innovatie ruimte kreeg. Niet alleen op technisch gebied, maar juist ook door optimaal gebruik te maken van de schakels in de waterketen. Want die keten strekt zich veel verder uit dan onze eigen grenzen.

Natuurlijk gaan techniek en sociale innovatie wel hand in hand. We hebben in de laatste twintig jaar de inname van vers Biesbosch water terug weten te brengen naar twintig procent. Deels omdat we bespaarden waar dat mogelijk was, maar vooral ook omdat we vijftig procent van het in de processen ingezette water hergebruiken. Daarvoor is technische innovatie cruciaal. We waren een van de eerste industriële partijen die reverse osmosis gebruikte voor de productie van demiwater. De bron van dat water is effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Terneuzen, wat weer afstemming vergt met het waterschap.’

Wetlands

Dow gaat nog verder met het verfijnen van zijn waterstrategie. Hovestad: ‘We hebben de ambitie uitgesproken om in 2025 onafhankelijk te worden van externe schaarse waterbronnen. Wat betekent dat we weer op alle vlakken de samenwerking zullen moeten aangaan. We hergebruiken al stoomcondensaat, ons eigen afvalwater, regenwater en het eerder genoemde RWZI-water. Nu kijken we naar het oppervlaktewater, dat vanuit het binnenland van Vlaanderen naar de Westerschelde loopt. Momenteel vermengt dat kostbare zoete water zich met het brakke Westerschelde- en grondwater, wat zonde is. Tegelijkertijd onderzoeken we ook of we brak water kosteneffectief kunnen ontzilten.

Je kunt dit soort dingen alleen maar doen als je het effect van je handelen op de omgeving kent en beheerst. Samen met de Provincie Zeeland en heel veel stakeholders uit de waterketen onderzoeken we nu zogenaamde wetlands. Water uit de afvalwaterinstallaties, maar ook diffuus water van de landbouw dat normaal gesproken in de Westerschelde zou worden gespuid, wordt dan op natuurlijke wijze gezuiverd. Daarnaast kijken we ook naar de mogelijkheden van ondergrondse opslag van zoet water. Het neerslagoverschot uit de winterperiode kan zo in droge zomers worden benut. We creëren daarmee natuurlijke buffers die zowel kan worden ingezet voor de landbouw als voor industrieel gebruik.’

Proactief

Hovestad: ‘We hebben eerlijk gezegd nooit druk gevoeld vanuit de Rijksoverheid, de Provincie Zeeland of de gemeente Terneuzen om onze waterinname terug te dringen. Ik vind dat bedrijven niet moeten afwachten welke wet- en regelgeving op ze afkomen, maar proactief hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Voor ons is water een strategische asset waar we ons bestaansrecht aan ontlenen. Als je alleen de wet blijft volgen, ben je altijd aan het corrigeren en wordt de businesscase ongunstig.’

Hovestad ziet dat de sociale druk toeneemt en dat bedrijven steeds meer moeten uitleggen hoe zij hun ecologische voetafdruk verkleinen. ‘We zien het op het gebied van CO2, plastics en dus ook water dat onze medewerkers hier op verjaardagen vragen over krijgen. We trainen onze medewerkers dan ook om het verhaal te kunnen vertellen.

Een schaduwminister van water zou vooral verbindend moeten zijn tussen publieke en private partijen. De samenwerkingsverbanden die wij zijn aangegaan vormen geen blauwdruk voor de rest van Nederland, maar de open cultuur zou wel opvolging moeten krijgen. Dat is lastig in wetgeving vast te leggen, maar een participerende overheid die partijen samenbrengt zou al helpen.’