blog

Column: Industriebeleid

Publicatie

14 jun 2012

Auteur

Jan Van Doorslaer

Categorie

Petrochem

Soort

blog

Tags

‘Het gebeurt niet zo vaak, maar onze Vlaamse Industrieraad krijgt bijval in Nederland. Met name de Stichting Industriebeleid & Communicatie (SIC) heeft in een nota over het Bedrijvenbeleid aan de minister van Economische Zaken, aan de Tweede Kamer en aan de topteams en sociale partners onze Industrieraad een goed voorbeeld genoemd voor verankering van het industriebeleid.’ Wouter De Geest, CEO van BASF Antwerpen en voorzitter van essenscia, de Belgische federatie van chemie & life sciences, hoefde niet lang te zoeken naar een thema voor onze kwartaalcolumn. De Geest is ook niet toevallig voorzitter van die Industrieraad.

Vanwaar komt die Industrieraad in Vlaanderen? Een kort historisch overzichtje: in februari 2010 roept de Vlaamse regering – die in het Belgische bestel bevoegd is voor regionaal economisch beleid – een Staten Generaal voor de Industrie bijeen. Het lijkt wel of we met de teletijdmachine teruggaan naar de Bourgondiërs en Habsburgers.

Waarom die Staten Generaal? Omdat de beleidsmensen beseffen dat de industrie voor Vlaanderen belangrijk is als economisch basisweefsel. De industrie in Vlaanderen – de chemie & life sciences, de technologiesector (metaal, machines, informatica en automotive), de voedingsindustrie, de textiel-, hout- en meubelnijverheid, de bouw- en milieusector – staat garant voor veertig procent van de waardecreatie, voor tachtig procent van alle O&O-investeringen en voor 85 procent van de Vlaamse export. Qua directe tewerkstelling zijn de cijfers een stuk minder aantrekkelijk, maar veel activiteiten uit de industriële sector zijn door de jaren heen verplaatst (outgesourced) naar de dienstensector.

Na de Staten Generaal komt er al snel een Groenboek van nieuw Industriebeleid (Wat willen we?) dat uiteindelijk in mei 2011 uitmondt in een “Witboek voor een nieuw industrieel beleid voor Vlaanderen”(Wat kunnen we?). Daarin worden vijftig acties beschreven om de industrie in Vlaanderen te transformeren. ‘Daar is nood aan willen we de impact van onze industrie als sterke motor van welvaart bestendigen en versterken’, duidt De Geest. Om dit nieuw industrieel beleid voor Vlaanderen concreet te maken, wordt besloten een Industrieraad op te richten die de Vlaamse ministers verantwoordelijk voor industrieel beleid moet adviseren en – zeg maar – de goeie richting uit sturen. Het was dan ook 25 jaar geleden dat de beleidsmakers nog eens iets op papier kregen over industrieel beleid.

De Industrieraad zelf telt twintig koppen: elf uit industriële ondernemingen, vier academici van de vier Vlaamse universiteiten, drie experten van kenniscentra en twee vertegenwoordigers van de sociale partners. Is dat niet wat veel industrie? ‘Neen,’ zegt De Geest, ‘als we de beleidsmakers kunnen overtuigen van de juiste industriële focus. En die ligt in samenwerking, duurzaamheid en nieuwe arbeidsrelaties. Het is aan ons om vanuit de industrie die concrete projecten aan te dragen en uit te kiezen die inderdaad beantwoorden aan de notie “transformatie”. We hebben daar zelf als vertegenwoordigers van de industrie nog wel wat huiswerk te maken. Belangrijk is dat die transformatie – we noemen dat het concept Fabriek voor de Toekomst – ook breed maatschappelijk wordt gedragen, want ook sociale innovatie zal nodig zijn.’

Als we nieuwsgierig zijn naar zijn eerste ervaringen met de Industrieraad, aarzelt De Geest niet. ‘Het eerste wat we wilden, is een overzicht krijgen van welke acties en initiatieven er allemaal lopende waren in het kader van industrieel beleid in Vlaanderen. Ik ben tevreden dat we dat nu na zes maanden toch al hebben. We weten nu waarover we kunnen en moeten adviseren. Cruciaal daarbij is dat wij concrete input kunnen geven vanuit de dagelijkse industriële realiteit. Wij weten meestal veel sneller dan beleidsmakers – maar ze kunnen ook niet alles – hoe de randvoorwaarden evolueren of transformeren.’

Als het woord beleid valt, dan gaat dat meestal niet alleen om hoogdravende of zeer eerbare principes, maar ook gewoon om financiën in de vorm van steun voor initiatieven. Niet anders is dat met het Nieuw Industrieel Beleid in Vlaanderen. Maar ook daarin wil de industrieraad innovatief zijn. De Geest: ‘Voor de transformatie van de industrie in Vlaanderen heeft de Vlaamse regering inderdaad een fonds van tweehonderd miljoen euro voorzien. Dit TINA-fonds (Transformatie, Innovatie en Acceleratie) moet een hefboom zijn om innoverende projecten te steunen, die daadwerkelijk leiden tot een transformatie van ons industrieel weefsel. Binnen in de Industrieraad zijn we overeengekomen om af te stappen van het zogenaamde “Sprinkler-systeem” waarbij iedere indiener wat kreeg. Meestal te weinig om een project levenskrachtig te maken. Wij kiezen resoluut voor steun aan concrete projecten die vanuit de industrie, aangevuld door investeerders, kennisinstellingen, onderzoek- en technologiepartners, worden aangedragen en die erkend kunnen worden als spitstechnologie, als grensverleggend of als clusterversterkend. Een hele opgave, maar ik vertaal TINA wel eens door There Is No Alternative.’ Wordt vervolgd…

Jan Van Doorslaer

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.